Allereerst moeten we ervoor zorgen dat ons lichaam zo gezond mogelijk is:

  • Juiste voeding:
    • Veel groenten en fruit als bron van minerale zouten en vitamines.
    • Vermijd ontstekingsbevorderende en oxiderende voedingsmiddelen.
  • Gezonde gewoonten:
    • Rook niet.
    • Vermijd fysieke en mentale stress.
    • Zorg voor voldoende slaap en lichaamsbeweging (minimaal 40 minuten per dag).
  • Preventieve acties:
    • Handen wassen na contact met voorwerpen / oppervlakken door anderen gebruikt).
    • Vermijd drukke ruimtes, afstand met anderen bewaren.

Dan kunnen we ervoor zorgen dat ons immuun systeem op de beste manier kan reageren:

  • Adequate niveaus van:
    • Vitamine D, foliumzuur, vitamine A, vitamine C, vitamine E.
    • Selenium, zink
  • Vermijd het gebruik van mucolitica, stimulatie en activatie van het immuun systeem als het niet nodig is.
  • Verwijder zo veel mogelijk afleiders van het immuunsysteem:
    • Ontstekingstoestanden door intoleranties / allergieën.
    • Ontstekingstoestanden door stress en blootstelling aan schadelijke stoffen.
  • Overlaad het detox-systeem niet en verstoor het endocriene systeem niet:
    • Vermijd eiwitrijke diëten.
    • Vermijd producten die conserveermiddelen, antibiotica en hormonen bevatten.
    • Vermijd het gebruik van stimulerende medicijnen en supplementen zonder specifieke noodzaak (alleen op voorschrift van de arts of voedingsdeskundige)
  • Het Ketogeen dieet heeft een positief effect op de mucusbarrière en kan daardoor de invasie van virussen afremmen.

Tenslotte is er de mogelijkheid om de genetische aanleg voor ernstigere virale infecties en voor overreactie van het natief immuunsysteem, die de symptomen verergen, te kennen en dus de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen:

  • Verificatie van HLAB*27:04-polymorfisme (verhoogde vatbaarheid en morbiditeit van virale infecties)
  • Verificatie van genetische variaties die de reactie van het immuun systeem beinvloeden.
  • Verificatie van polymorfismen die de vitamine-stofwisseling beinvloeden en de darmabsorptie wijzigen, inclusief de genetische aanleg voor voeddings-intoleranties (lactose en gluten)